Waarom mais zo’n geweldige moestuinplant is

Dit jaar maakte ik kennis met de drie zusters: mais, bonen en pompoen. Vroeger plantten de Indianen in Midden-Amerika hun mais, bonen en pompoen in één veld. Eerst zaaiden ze de mais en wanneer die zo’n 20 cm hoog was werd daartussenin de bonen en de pompoen geplant. De bonen gebruiken de mais als bonenstaak om tegenaan te klimmen. De pompoen is de bodembedekker en schermt de bodem af van teveel aan zonlicht en houdt de bodem vochtig. Daarnaast geven peulvruchten onder de bodem stikstof af aan de andere gewassen.

Mais groeiwijze door Campanula Gardens

En zo zijn er nog meer goede combinaties te maken met mais. Zo kunnen ook aubergine en komkommer ertegenaan groeien. Een tomaat zou op zich ook kunnen, maar vind ik geen handige combinatie. De tomatenplantjes zijn binnen eerder voorgezaaid dan de mais, waardoor deze al flink groter is.

Er zijn drie manieren waarop een combinatie gewassen elkaar stimuleert of tegenwerkt. Door geur kunnen planten bepaalde plaaginsecten afstoten of misleiden. De bekendste combinatie is de wortelvlieg die misleid wordt door een ui en de uienvlieg misleid wordt door de wortel. De insecten proeven van een gewas en als ze dan de verkeerde te pakken hebben komen ze niet meer terug.

Ten tweede kunnen gewassen bepaalde stoffen afscheiden. Dit gebeurt bij de tomaat. Dit kun je ook ruiken, als je erlangs wrijft ruik je een intense tomatengeur. Dat stofje, tomatine, is een gifstof en werkt bijvoorbeeld de groei van de komkommer tegen. De stoffen die de bonen aan de grond afgeven, stikstof, is dan weer bevorderlijk voor groei van andere gewassen, waar met name spinazie en sla goed op gedijen. Ook bevorderd dit de groei van zijn steun: de mais.

Ten derde gaat het om de teeltomstandigheden die de gewassen kunnen versterken of tegenwerken. Nu heeft bijvoorbeeld de aubergine veel warmte nodig en bonen veel minder. In kassen is dit van belang, echter in de openlucht kun je beter wedden op een verscheidenheid van gewassen. Wellicht is het in Nederland niet zo wijs om een aubergine te laten groeien, maar met een warme zomer, kun je zomaar eens een goede opbrengst hebben.

Alle teeltcombinatielijstjes ten spijt, lijkt voor de thuismoestuin met name een polycultuur van belang. Door een verscheidenheid aan typen gewassen creëer je automatisch een diversiteit aan geuren om insecten om de tuin te leiden. Gewassen van dezelfde familie kun je ook beter niet jaren achtereen op dezelfde plek telen, maar variëren van plek, zodat de bodem niet uitgeput raakt.

Dit betekent dat ik mooi met mais aan de slag kan en een verscheidenheid van klimmers ertegenaan kan laten groeien. Het bespaart mij ruimte en de stengel die anders van bamboe zou zijn geeft ook nog eens opbrengst. De tomaten teel ik wel tegen het hek of de van mijn moeder geleende stokken, omdat deze nu al groter zijn dan de mais. Qua bodembedekker kies ik voor pompoen. Ik heb toch even de online teeltcombinatielijstjes erop nageslagen om te kijken of er geen stofjes zijn die schadelijk is voor een ander gewas en daarin blijkt pompoen een prima bodembedekker voor bij de mais, bonen, aubergine en komkommer. Hiermee gebruik ik de wijsheid van de oude Indianen en experimenteer ik met aubergine en komkommer.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back to Top